niet ingelogd

Vereniging

Schutterij St. Hubertus in de optocht

Schutterij St. Hubertus dient volgens de reglementen vooraf te worden gegaan door een jongen of meisje met een groot bord: de bordjesdrager. Schutterij St. Hubertus heeft sedert 2009 een volledig geuniformeerd jeugdlid als bordjesdrager. Hij/zij loopt voorop en draagt een bord met daarop de naam van onze vereniging en, indien van toepassing, het optochtnummer.

3 tot 5 meter na de bordjesdrager komen de bielemannen. Onze bielemannengroep bestaat uit 4 personen.
Met berenmuts, baard, blauwe kiel en lederen schort lopen zij voor de schutterij uit. Bijl op de schouder, materiaaltas om de nek. Klaar om waar nodig 'hindernissen op te ruimen'. Daarmee vormen de bielemannen een moderne echo uit een grijs verleden waarin schutterijen kerkelijke processies begeleiden die – naar men veelal ten onrechte aanneemt – door protestanten en onverlaten werden verstoord. Wanneer de bieleman in een militair uniform gekleed gaat, noemen wij hem een sappeur.

Achter de bielemannen loopt fier de tamboer-maître. Met stok- en handgebaren geeft hij de drumband aan welke mars gespeeld moet worden. Wanneer de drumband alleen uitrukt vervult hij tevens de functie van commandant.

De drumbands die de huidige verenigingen met hoorngeschal en welluidende klanken voorgaan, zijn in feite pas na de Tweede Wereldoorlog in opkomst geraakt. Onze drumband telt momenteel 28 leden ( incl. instructeur, de leden in opleiding niet meegeteld) en is te verdelen in:

De slagwerkgroep:
   5 paradetrommen
   2 dieptetrommen
   1 timp tom (quad)
   1 bekkens
   1 overslagtrom

De blaasgroep:
   9 trompetten
   3 bassen
   2 sousafoons

In 1995 is onze drumband overgegaan van klaroenen naar trompetten. Dit bracht veel consequenties met zich mee. Ze zijn van de eredivisie terug gegaan naar de 2de divisie. Nu zijn ze weer volop terug in de 1ste divisie.
Verder is er een eigen opleiding, die wordt gegeven door de instructeur en twee leden van de drumband. Hierin krijgen jeugdleden alles geleerd, zoals noten lezen en blokfluit spelen. Daarna kunnen ze kiezen, ze gaan trompet spelen of trommelen.

Mooi om te zien zijn de marketentsters die in 1995 aan onze schutterij zijn toegevoegd. De marketentstergroep bestaat uit 8 dames die goed voor de schutters zorgen. Na hun uittreden zitten zij met smacht te wachten op een stukje stokbrood met kaas en cervelaatworst. De echte 'doorbraak' van 'de vrouw in de Limburgse schutterij' kwam overigens pas aan het begin van de jaren ’90 toen steeds meer schuttersvrouwen zich een passend kostuum aanmaten en tijdens de feesten een apart wedstrijdonderdeel voor hen werd bedacht. Het idee van de marketentster is afgeleid van de vrouwen die (vaak met kind en kegel) in de 16e en 17e eeuw achter de legers aan trokken.
Het was een mogelijkheid om bij de echtgenoot in de buurt te zijn en hem van zijn droogje en natje te voorzien. Hun 'rats, kuch en bonen' moesten de huursoldaten in die dagen namelijk veelal zelf zien te organiseren. De vrouwen maakten van de nood een deugd en boden ook anderen voedsel en drank als koopwaar aan. Vandaar de naam marketentster, die is afgeleid van 'markentare' hetgeen verkopen en verhandelen betekent.

Sinds mensenheugenis speelt het vaandel een belangrijke rol, zowel in de samenleving alsook binnen het leger. De Romeinen kenden reeds hun 'signum bello' ofwel het strijdteken dat de aanvoerder symboliseerde. Hij vormde de 'vlag' waaronder de soldaten zich schaarden. Zolang deze boven het krijgsgeweld wapperde, putte men moed en hoop. Viel het vaandel in handen van de vijand, was alles verloren.
Nog steeds symboliseert het vaandel trouw aan en eerbied voor kerk en vaderland. Zonder een proper vaandel mag het gezelschap zich niet eens een schutterij noemen. Op dat vaandel is nagenoeg zonder uitzondering de naam van het gezelschap, de (vermoedelijke) datum van oprichting en een afbeelding van de beschermheilige of schutspatroon geborduurd.De vaandrig bekleedt de laagste officiersrang. Bij sommige verenigingen zit hij tijdens de optocht hoog te paard en 'laveert', met name tijdens het defilé, in een zigzagbeweging over straat.

De schutterij houdt eens per jaar het koningsvogelschieten. Inzet: de hoogste eer binnen de schutterij te behalen nl. het koningschap. De zilveren versierselen op de borst van de koning (platen met namen van vroegere koningen) worden aan het uniform bevestigd en moeten aan voor- en achterzijde blinkend gepoetst zijn. Veel werk, vooral als het heeft geregend. Het zilver moet zo weinig mogelijk worden aangeraakt om vlekken en slijtage te voorkomen. Wie in drie opeenvolgende jaren of vijfmaal in totaal het koningsvogelschieten wint, mag zich keizer noemen.

De koningin wordt gekozen door de koning. De koningin mag zelf haar jurk uitzoeken, zolang die maar niet vloekt met de kleuren van de uniformen om haar heen. De tien centimeter brede sjerp met de nationale driekleur is niet verplicht. Maar als je hem draagt, dan moet je als Nederlands-Limburgse koningin zorgen dat het rood aan de bovenkant blijft. Kroontjes mogen ook, mits zilverkleurig ( een keizerin draagt goud). Het boeket in de hand dient uit 'levende bloemen' te bestaan en het wordt rechts gedragen. De bloemen wijzen naar links, naar de koning dus.

Achter het vaandel marcheren de officieren als 'nazaten' van de aloude schutten- of broedermeesters. Deze groep bestaat uit mensen die in de voorafgaande jaren op de een of andere manier veel voor onze schutterij gedaan hebben.

Onze officierengroep bestaat nu uit:
   1 Generaal
   1 Luitenant Generaal
   1 Generaal Majoor
   1 Kolonel
   1 Luitenant-kolonel
   1 Majoor
   1 Kapitein
   3 1ste Luitenants
   4 2de Luitenants
   De koning bekleedt de rang van 2de Luitenant
   De tamboer-maître en de instructeur bekleden de rang van sergeant-majoor
   De vaandrig

Zij bekleden in tegenstelling tot hun voorvaderen weliswaar niet meer automatisch een functie in het bestuur van de schutterij, maar zijn toch 'min of meer de meest aanzienlijken' van het gezelschap. Hun rang kregen zij als dank voor jarenlange inzet voor de vereniging. Dus mogen zij zich tooien met een fraaie pluim op de hoed, gouden epauletten op de schouders, sjerpen om de heup en aan hun riem een sabel.

Naast de colonne loopt de commandant in de rang van kapitein. Hij geeft de schutterij commando’s die strikt moeten worden opgevolgd.

Achter de officieren marcheren de geweerdragers.
In rotten van vier (oude exercitie), het geweer aan de rechter schouder, vastgehouden door een gebogen arm met de hand aan de riem. Of in rotten van drie (nieuwe exercitie) met het geweer over de schouder, gestrekte arm, hand onder de kolf. In wezen loopt hier het kerncorps van de schutterij. Dit zijn de mannen (en in toenemende mate ook vrouwen) die als broeder met elkaar vorm en inhoud geven aan het schuttersgebeuren. Want ongeacht rang of stand, schutters zijn gelijk.

Om officieel als schutterij te gelden moet een vereniging minimaal 16 gewapende leden tellen. Gewapend is in feite elk lid dat 'achter het vaandel loopt', inclusief de tamboer majoor.

Als laatste komt de hospitaalsoldaat. Deze gediplomeerde EHBO’er loopt achteraan in de optocht. Hij draagt geen geweer maar een tas. In zijn tas zitten eerste hulp spullen. Op de mouw en op de tas draagt hij een rood kruis.